“Sidescan Sonar: van wazige stippen naar harde vangsten”
Alhoewel sidescanning al vele jaren ingeburgerd is bij de meeste merken van sonartoestellen, blijven veel vissers het toch moeilijk vinden om vis te vinden via deze tool. Het kan natuurlijk wel, maar hoe ‘uitdagender’ de omstandigheden worden, des te meer moet alles in het ‘plaatje ‘kloppen, om toch nog kans te maken om vis te vinden via de sidescan. En wat dit ‘plaatje’ juist inhoudt, gaan we bekijken in volgende artikel.
Sonartoestel en transducer
Je vindt toestellen en transducers met sidescanning van 500 Euro tot een eind boven de 5.000 Euro. Heel vaak zijn de schermgrootte en de transducer bepalend hoe goed een toestel zich leent om vis te vinden via de sidescan en helaas vind je die niet zo makkelijk in het lagere prijssegment. Hoe meer je toestel beantwoordt aan de volgende criteria, des te beter het geschikt zal zijn om vis te vinden via de sidescan.
🔑 10 eigenschappen voor een goede sidescan-setup
1. Hoge resolutie in het MFD
- Minimaal 800×480 pixels op kleine schermen, liever nog 1280×720 bij de betere schermen of zelfs 1920×1080 bij de topschermen, natuurlijk rekening houdend met de fysieke grootte van het scherm
- Hoe meer pixels, hoe meer details je ziet (schaduwen, vis, aasvis-scholen).
- Lage resolutie = stippen smelten samen.
2. Groot scherm (min. 9 inch)
- Bij 7 inch zie je meestal niet genoeg detail, zeker niet als je ook nog kaart en 2D erbij wilt.
- 9– en zeker 12 inch geeft je ruimte om split-screen te draaien zonder in te boeten aan detail.
- 16 inch is echt de max, maar daar hangt natuurlijk ook een flink prijskaartje aan
3. Kwalitatieve transducer, recent model
- Gebruik een kwalitatieve, recente sidescan transducer (zoals Lowrance Active Imaging 3-in-1 of Active Imaging HD).
- Oudere transducers (of transducers uit een instapreeks) geven bijna altijd minder scherp beeld.
4. Hoge frequentie beschikbaar
- Beste beeld = 800–1200 kHz (Chirp) (detail, aasvis zichtbaar, duidelijke schaduwen).
- 455 kHz (Chirp) gebruik je voor groter bereik (grote zones, diep water), maar geeft minder detail.
- Een goed systeem moet dus meerdere frequenties aanbieden.
5. Kwalitatief en ZUIVER beeldscherm, met zonnekap indien nodig.
- Toestellen uit de duurdere reeksen hebben vaak een beter beeldscherm, dat ook vanuit een grotere hoek bekeken kan worden. Een zonnekap is echt geen overbodige luxe op zonnige dagen om een sidescanbeeld goed te kunnen interpreteren. Maar boven alles… Zorg dat het beeldscherm ZUIVER is. In de praktijk zien we dat hiertegen heel vaak gezondigd wordt. Wat heb je aan een groot en kwalitatief scherm, als je door de kalkaanslag en druppels de vissen niet meer ziet liggen?
6. Stabiele montagepositie
- Transducer moet horizontaal en recht gemonteerd worden.
- Geen turbulentie, luchtbellen of schroefwater.
- Hoe stabieler en schoner de montage, hoe minder ruis en des te beter het sidescanbeeld
7. Sterke sonarverwerking (MFD software + processor)
- Een krachtig MFD kan raw data sneller verwerken → vloeiender beeld en betere refresh.
- Oudere of tragere toestellen tekenen trager, waardoor details verloren gaan.
8. Goede contrast- en kleurinstellingen
- Het toestel moet je vrijheid geven in contrastinstellingen. Het contrast bepaalt heel vaak of je een vis ziet of niet
- Kleurenpaletten met hoog contrast (wit/zwart, amber, blauw) zijn essentieel om vis te onderscheiden. Het loont vaak om zelfs tijdens 1 visdag met verschillende kleurenpaletten te experimenten, afhankelijk van de aard van de bodem en het zonlicht.
9. Logging & waypoint mogelijkheden
- Direct waypoints zetten op het sidescanbeeld (liefst op de vis zelf en niet op de eventuele schaduw.)
- Nadien terugkeren met de boot om op de ideale werpafstand te ankeren met de fronttroller.
- Screenshots of sonarlogs opslaan voor latere analyse en training.
10. Stabilisatie / ruisonderdrukking
- Goede toestellen hebben slimme filters (Noise Rejection, Surface Clarity, etc.).
- Helpt om ruis door golfslag, motor of vuil water te beperken. Hopelijk krijgen we nu ook snel de mogelijkheid om het schommelen van de boot (op te golven) te compenseren. Dat houdt het beeld rustig zodat vissen beter opvallen.
Als de hardware dan in orde is, kunnen we ook nog eens bekijken wat we op het water kunnen doen, om de vissen beter in beeld te krijgen op de sidescan. Ook hiervoor weer een aantal tips:
Op het water
1. Snelheid en richting van de boot
- Ideaal tussen 3–5 km/u (2–3 knopen)
- Te snel = targets worden nog kleiner.
- Te traag = de beelden worden vaag en… je verliest efficiëntie.
- Best met een vaste snelheid en in een rechte lijn. Elke verandering in koers geeft ‘verwrongen’ beelden, waarin je weinig of niets meer in herkent.
2. Bereik (range) instellen
- Zet auto-range uit en schakel over op manuele reikwijdte. Dat zal je ook helpen om de grootte van een object (vis) beter in te schatten.
- Zet je bereik ongeveer op 2 tot 3 keer de waterdiepte bij gebruik op de hoogste frequentie en 3 tot 4 keer de waterdiepte bij gebruik op de laagste frequentie. Dit is uiteraard maar een VUISTREGEL en bij geringe of juist hele grote diepte kan het aangewezen zijn om daar van af te wijken.
- Te groot bereik maakt vis klein en moeilijk herkenbaar. Te klein bereik beperkt je scan.
3. Schermcontrast & kleurpalet
- ‘Contrast’ is KEY om vissen en structuren te onderscheiden.
- Gebruik paletten met hoog contrast (bruin/oranje of zwart/wit) en experimenteer verschillende keren per water, naargelang de aard van de ondergrond en het zonlicht dat op het scherm valt.
4. Herkenning van vis
- Vissen verschijnen vaak als lichte stipjes (vergelijk het met rijstkorrels) met vaak een donkere schaduw erachter.
- De schaduw vertelt heel dikwijls meer dan de stip zelf: Heb je geluk een donkere schaduw van de vis te zien, dan kan je inschatten hoe hoog te vis boven de bodem zwemt en heb je echt geluk, kan je soms ook nog zien of het een hoge vis (karper, brasem) of eerder een gestroomlijnde vis (snoek, snoekbaars) is. Meerval is meestal echt wel heel duidelijk. Soms kan je ook wel door het aantal stippen vermoeden met welke vissoort je te maken hebt.
5. Gebruik van schaduwen
- Focus meer op de schaduwafstand dan het object zelf.
- Grote schaduw = vis zwemt hoog.
- Korte schaduw = vis dicht op de bodem (moeilijker te spotten).
6. Structuur herkennen
- Vissen zitten vaak rond opvallende structuren: taluds, steenstort, brugpijlers, kuilen, wierbedden.
- Scan dus niet blind op enkel vis, maar focus ook op overgangen van hard/soft bodem en op hotspots. Het komt ook voor dat je de vissen gewoon NIET ziet liggen op de sidescan.
7. Overlap links en rechts
- Maak parallelle runs indien mogelijk en laat je sidescan overlappen (10–20%).
- Zo mis je geen vis in de blinde zone of net buiten de beam.
- Denk in banen zoals bij het maaien van een gazon.
8. Oefening & referentiebeelden
- Neem tijd om bekende objecten te scannen (takken, boeien, stenen,vissen) → herkenningsvermogen trainen.
- Bewaar screenshots om vis en schaduwen te vergelijken.
- Ervaring = sneller interpreteren wat écht vis is en wat niet.
👉 Pro-tip: combineer sidescan om vis te vinden en gebruik de downscan en/of 2D sonar om te verifiëren hoeveel en hoe groot.
Sidescan is een zoeklicht, downscan een vergrootglas.


Ook hier is vis te vinden, al is het een stuk minder duidelijk…

